Niemand kiest bewust voor een verslaving. Vaak realiseren mensen zich lange tijd niet dat hun gebruik kan uitgroeien tot een afhankelijkheid. Dit komt omdat dit proces meestal geleidelijk verloopt, over maanden of zelfs jaren, waardoor het patroon niet direct wordt herkend. Hierbij zijn drie stadia te onderscheiden:
1. Binge & intoxicatie
In de eerste fase activeren verslavende middelen het beloningssysteem van de hersenen, vooral door een sterke toename van dopamineafgifte. Deze dopaminepiek wordt via klassieke conditionering gekoppeld aan omgevingsprikkels (cues). Bij herhaalde blootstelling kunnen deze prikkels zelf dopamineafgifte uitlokken, wat leidt tot craving (drang, sterk verlangen) en dwangmatig gebruik.
Verslavende middelen omzeilen zo de natuurlijke regulatie van het beloningssysteem. Waar natuurlijke beloningen, zoals eten of seks, na verloop van tijd tot een afname van dopamineactiviteit leiden, blijven verslavende middelen het systeem over-stimuleren.
2. Onthouding & negatief effect
Bij langdurig en herhaald middelengebruik verliest het brein de gevoeligheid voor natuurlijke beloningen. Activiteiten die voorheen plezierig waren, verliezen hun aantrekkingskracht. De dopamineafgifte neemt af, ook voor het middel zelf, waardoor ook het gebruik steeds minder euforie oproept.
Daarnaast raken hersencircuits die betrokken zijn bij stress en negatieve emoties, onder andere in de amygdala, overactief. Dit leidt tot een negatieve gemoedstoestand (dysforie) als iemand stopt met gebruiken. Gebruik verschuift in deze fase van het nastreven van plezier naar het verminderen van negatieve gevoelens of ontwenningsklachten.
Zo ontstaat er een vicieuze cirkel waarin middelengebruik negatieve emoties tijdelijk onderdrukt, maar op langere termijn juist versterkt. In deze fase spreken we al van een stoornis in middelengebruik, omdat het gebruik het dagelijks functioneren in toenemende mate beheerst.
3. Preoccupatie en anticipatie
In de laatste fase treden veranderingen op in de prefrontale cortex, het hersengebied dat verantwoordelijk is voor zelfcontrole, besluitvorming en gedragsregulatie. Door verstoringen in dopamine- en glutamaat-activiteit raken deze functies verstoord.
Hierdoor wordt het zeer moeilijk om impulsen en voornemens te beheersen en dus het stoppen met middelengebruik, uit te voeren. Zelfs wanneer iemand écht wil stoppen kan diegene toch blijven gebruiken door aangetaste executieve functies en verhoogde gevoeligheid voor triggers.
Dit noemen we het klassieke verslavingsstadium. Deze diepgewortelde veranderingen kunnen niet direct worden teruggedraaid door het gebruik te stoppen, bijvoorbeeld tijdens detoxificatie. Herstel vraagt meestal om een langere periode van psychologische behandeling.
In deze animatie zijn deze drie stadia herkenbaar weergegeven:
Bekijk de animatie